Na dat Veronika zich in 2010 op Chopin heeft geconcentreerd, heeft ze nu verschillende werken van Prokofiev ingestudeerd. Stefan Van Puymbroeck, Belgisch componist en Prokofiev-kenner, schreef alvast een korte toelichting bij de werken die Veronika speelt : Visions Fugitives, Grootmoeders Vertellingen, Romeo en Julia
De twintig korte voordrachtstukken die de cyclus Visions fugitives uitmaken, behoren wellicht tot de bekendere pianowerken van de componist. Niet in het minst omdat ze ook voor de amateurpianist „speelbare“ elementen bevat en het werk voor professionelen dankbaar in concertprogramma’s past. De titel is een poëtische verwijzing uit het gedicht „Je ne connais pas la sagesse“ van Konstantin Balmont:
Dans chaque vision fugitive Je vois des monde entiers: Ils changent sans fin Clignotant sous les couleurs folâtres de l’arc-en-ciel.
De afzonderlijke miniaturen, die hij schreef in de periode 1915-1917, verschijnen bijna als zovele personages in de romans van Tolstoi, die vluchtig passeren: ze komen, worden in detail beschreven en de lezer snakt er naar meer over die persoon te weten te komen, maar even snel is dat personage weer weg, om nooit meer terug te keren. Zo passeerden velen ook "vluchtig" in Prokofievs biografie. Het zijn momentopnames uit zijn artistieke geest: soms poëtisch, soms erg agressief of assertief, grotesque, af en toe mystiek. Eén voor één pareltjes uit de Twintigste Eeuwse klavierkunst.
Met de Grootmoeders vertellingen bevinden we ons midden tussen de vroege Russische- en late sovjet periode en aldus op het kruispunt tussen het eerste en het derde werk. Het was de tweede fase in het artistieke leven van de componist waarin hij probeerde aan te knopen bij de gangbare smaak van het toenmalige Parijse publiek. Aanvankelijk lukte hem dit vrij aardig, doch rond de jaren dertig verloor hij voeling met het elitaire en verwende publiek omdat hij niet bereid was toegevingen te doen en in te grijpen in zijn eigen persoonlijkheid. In deze periode schreef hij vrij weinig pianomuziek, veelal intelectualistisch, onder invloed van zijn toetreding tot de Christian Science gemeenschap in Frankrijk. Twee werken vallen echter op: de vijfde pianosonate, die volledig flopte, en de Grootmoeders vertellingen, die hij schreef in 1918, in opdracht van de Aeolian Company, samen met de vier pianostukken opus 32 met de bedoeling opnames te maken voor hun pianorollen (Duo Art). Deze ietwat nostaligische cyclus bestaat uit vier korte voordrachtstukken, stilistisch erg gelijkend op Medtner en Rachmaninov. Zoals steeds bij Prokofiev zijn ook in dit werk visuele beelden eenvoudig op te roepen: je waant je bijna op de schoot van je eigen grootmoeder die je vertelt over haar eigen jeugd.
Romeo en Julia is een geheel van tien stukken die de componist arrangeerde op basis van het originele en gelijknamige ballet dat hij schreef in 1935. Veel van Prokofievs pianomuziek laat zich makkelijk orkestreren net zoals zovele orkestmuziek kan omgezet worden voor de piano. Het is het resultaat van zijn artistiek theatrale denken en dat hij vele grotere werken als opera, ballet of symfonie schreef vanuit de piano. Voor deze cyclus nam hij de pianoreductie ter hand en koos hieruit tien heerlijke transparante en elegante dansen. De volgorde volgt evenwel niet de volgorde van het ballet. Maar dat is ook niet nodig gezien deze arrangementen bedoeld waren voor de concertzaal en de componist koos voor een eigenzinnige spanningsopbouw. Het werk toont ten volle de lyrische sterkte van de componist, iets wat minder bekend en vooral onderschat is. Romeo & Julia is misschien wel één van de mooiste partituren uit de gehele twintigste eeuw en de bewerkingen voor piano bewijzen dit eens te meer.